Roestvrij stalen vacuümpomp met mechanische behuizing en inlaatpoorten op een industriële werkbank in een Belgische werkplaats.

Welke soorten vacuümpompen zijn er?

Er zijn drie hoofdcategorieën van vacuümpompen: verplaatsingspompen, kinetische pompen en adsorptiepompen. Binnen die categorieën bestaan tientallen uitvoeringen, elk geschikt voor een specifiek vacuümniveau, medium of toepassing. De juiste keuze hangt af van het gewenste vacuüm, de procesomgeving en of er vloeistof of gas aanwezig is. Dit artikel beantwoordt de meest gestelde vragen over vacuümpompen, van werking tot onderhoud.

Hoe werkt een vacuümpomp precies?

Een vacuümpomp verwijdert gas of lucht uit een afgesloten ruimte om daar een lagere druk dan de atmosferische druk te creëren. Dat doet de pomp door het volume van de gasfase te vergroten, het gas mechanisch te verplaatsen of het aan een oppervlak te binden. Het resultaat is een vacuüm: een omgeving met minder gasmoleculen per kubieke centimeter dan de omringende atmosfeer.

Het werkingsprincipe verschilt per pomptype. Verplaatsingspompen sluiten een gasvolume af en persen het naar buiten via een uitlaat. Kinetische pompen geven gasmoleculen een impuls in de richting van de uitlaat. Adsorptiepompen binden gasmoleculen aan een chemisch of fysisch actief materiaal. Elk principe heeft zijn eigen sterktes wat betreft drukbereik, debiet en geschiktheid voor specifieke gassen of dampen.

Wat zijn de drie hoofdcategorieën van vacuümpompen?

De drie hoofdcategorieën van vacuümpompen zijn verplaatsingspompen, kinetische pompen en adsorptiepompen. Verplaatsingspompen zijn het meest toegepast in de industrie. Kinetische pompen worden ingezet bij hogere vacuümniveaus. Adsorptiepompen zijn geschikt voor toepassingen waarbij geen olie of vloeistof in het systeem mag komen.

Verplaatsingspompen

Dit is de grootste en meest gevarieerde categorie. Bekende uitvoeringen zijn de roterende schoeppomp, de vloeistofringpomp, de rootspomp en de zuigerpomp. Ze werken door herhaaldelijk een kamer te vullen met gas en dat gas vervolgens naar de uitlaat te duwen. Ze zijn robuust, betrouwbaar en geschikt voor een breed drukbereik van atmosferische druk tot grof vacuüm.

Kinetische pompen

Turbomoleculaire pompen en diffusiepompen zijn de meest gebruikte kinetische pompen. Ze werken niet door gas af te sluiten, maar door gasmoleculen een gerichte snelheid te geven. Ze bereiken veel hogere vacuümniveaus dan verplaatsingspompen, maar hebben doorgaans een voorpomp nodig om effectief te starten.

Adsorptiepompen

Adsorptiepompen gebruiken materialen zoals zeolieten of actieve kool om gasmoleculen vast te houden. Ze zijn olievrij en trillingsvrij, wat ze ideaal maakt voor gevoelige laboratoria of cleanroomtoepassingen. Hun capaciteit is echter beperkt en ze zijn minder geschikt voor continue processen.

Welk type vacuümpomp past bij welke toepassing?

De keuze van het vacuümpomptype hangt af van het gewenste vacuümniveau, het te behandelen medium en de procesomstandigheden. Voor industriële processen met grof tot middelmatig vacuüm volstaan verplaatsingspompen. Voor wetenschappelijke of halfgeleiderprocessen die hoog of ultrahoog vacuüm vereisen, zijn kinetische pompen noodzakelijk.

Enkele veelvoorkomende combinaties van toepassing en pomptype:

  • Verpakkingsindustrie (vacuümverpakken): roterende schoeppomp of vloeistofringpomp
  • Chemische industrie (destillatie, droging): vloeistofringpomp of rootspomp
  • Medische en farmaceutische sector: droge schroefpomp of klauwpomp
  • Laboratoria en onderzoek: turbomoleculaire pomp in combinatie met een voorpomp
  • Kunststofverwerking en gieterijen: roterende schoeppomp of rootspomp

Wat is het verschil tussen droog en nat lopende vacuümpompen?

Droog lopende vacuümpompen werken zonder vloeistof in de pompkamer. Nat lopende pompen gebruiken olie of water als afdichtings- en smeringsmiddel. Het belangrijkste verschil is dat droge pompen geen risico op vloeistofcontaminatie van het proces vormen, terwijl natte pompen doorgaans een hoger vacuüm bereiken en beter bestand zijn tegen vochtige of stofrijke gassen.

Droge pompen zijn bij voorkeur geschikt voor processen waarbij het opgezogen gas niet verontreinigd mag raken, zoals in de voedings- of farmasector. Ze vergen echter meer precisie in hun mechanische uitvoering en zijn gevoeliger voor deeltjes in de gasstroom. Natte pompen, zoals de vloeistofringpomp, zijn robuuster bij moeilijke omstandigheden maar vragen een vloeistofbeheersysteem en regelmatige verversing van het afdichtingsmedium.

Welk vacuümniveau haalt elk pomptype?

Elk vacuümpomptype heeft een specifiek drukbereik. Verplaatsingspompen halen doorgaans een grof vacuüm van 1 tot 0,1 mbar. Rootspompen en combinaties met voorpompen bereiken middelmatig vacuüm tot circa 0,001 mbar. Turbomoleculaire pompen en diffusiepompen halen hoog vacuüm tot 10-6 mbar of lager.

Een overzicht van de drukbereiken per pomptype:

  1. Roterende schoeppomp: atmosferisch tot circa 0,1 mbar
  2. Vloeistofringpomp: atmosferisch tot circa 33 mbar
  3. Rootspomp (in combinatie): tot circa 0,001 mbar
  4. Droge schroefpomp: tot circa 0,01 mbar
  5. Turbomoleculaire pomp: tot 10-8 mbar
  6. Adsorptiepomp: tot circa 10-2 mbar, afhankelijk van het adsorbens

Wanneer is een vacuümpompcombinatie beter dan één enkel pomptype?

Een vacuümpompcombinatie is beter dan één enkel pomptype wanneer het gewenste vacuümniveau buiten het bereik van één pomp valt, of wanneer het debiet bij lage druk te klein wordt. Combinaties bestaan typisch uit een voorpomp die het grove vacuüm creëert en een hogere trap die het fijne of hoge vacuüm bereikt.

Een klassiek voorbeeld is de combinatie van een roterende schoeppomp als voorpomp met een turbomoleculaire pomp voor hoog vacuüm. De schoeppomp brengt de druk eerst omlaag tot het werkingsbereik van de turbopomp, waarna die het vacuüm verder verdiept. Combinaties verhogen ook de levensduur van de individuele pompen, omdat elke trap binnen zijn optimale drukbereik werkt.

Hoe onderhoud je een vacuümpomp correct?

Correct onderhoud van een vacuümpomp omvat regelmatige controle en vervanging van olie of afdichtingsvloeistof, inspectie van filters, controle op trillingen en abnormale geluiden, en periodieke reiniging van de pompkamer. De frequentie hangt af van het pomptype, de bedrijfsuren en de aard van het opgezogen medium.

Enkele essentiële onderhoudspunten:

  • Olie verversen: bij natte pompen op vaste intervallen of bij verkleuring en verhoogde viscositeit
  • Filters controleren: inlaatfilters voorkomen dat stof of vloeistofdruppels de pompkamer bereiken
  • Afdichtingen inspecteren: slijtage van schoepen, membranen of lagers verlaagt het bereikbare vacuüm
  • Uitlaatklep controleren: een defecte uitlaatklep vermindert de pompefficiëntie sterk
  • Bedrijfstemperatuur bewaken: oververhitting wijst op onvoldoende koeling of overbelasting

Droge pompen vragen minder vloeistofgerelateerd onderhoud, maar hun mechanische toleranties zijn nauwer. Laat een droge pomp bij twijfel altijd nakijken door een gespecialiseerde technicus, want schade aan de interne geometrie is moeilijk te herstellen zonder volledige revisie.

Hoe Flow Group helpt bij de keuze en het onderhoud van vacuümpompen

De juiste vacuümpomp kiezen is geen eenvoudige beslissing. Het vereist inzicht in procesparameters, mediumeigenschappen en langetermijnbeheer. Flow Group combineert bijna honderd jaar expertise in pomptechnologie met een sterke adviesfunctie, zodat elke klant de meest geschikte oplossing krijgt voor zijn specifieke situatie.

Wat Flow Group concreet biedt:

  • Technisch advies op maat: analyse van uw procesomgeving en vacuümvereisten
  • Ruim productaanbod: levering van vacuümpompen voor industrie, bouw en infrastructuur in de Benelux
  • Installatie en inbedrijfstelling door een team van 60 gespecialiseerde technici in België
  • Onderhoud en herstelling in België, inclusief 24/7 interventie bij storingen
  • Persoonlijk contact vanuit twee locaties in Aarschot en Mortsel

Wil je weten welk type vacuümpomp het beste past bij jouw toepassing? Neem contact op met de experts van Flow Group voor een vrijblijvend adviesgesprek.

Frequently Asked Questions

Hoe weet ik of mijn vacuümpomp ondergepresteerd of aan vervanging toe is?

Typische signalen zijn een langzamere opbouwtijd van het vacuüm, een hoger einddruk dan normaal, abnormale geluiden of trillingen, en een verhoogd olieverbruik bij natte pompen. Meet regelmatig de einddruk met een vacuümmeter en vergelijk die met de fabrieksspecificaties. Wijkt de gemeten waarde significant af, dan is een grondige inspectie door een gespecialiseerde technicus aangewezen.

Kan ik een vacuümpomp gebruiken voor het pompen van agressieve of corrosieve gassen?

Dat is mogelijk, maar alleen met pompen die specifiek zijn uitgerust voor corrosieve media, zoals uitvoeringen met PTFE-coating, speciaal legeringen of chemisch resistente afdichtingen. Een standaard roterende schoeppomp of vloeistofringpomp is hier niet geschikt voor zonder aanpassingen. Raadpleeg altijd de fabrikant of een technisch adviseur om de materiaalkeuze af te stemmen op de chemische samenstelling van het te pompen gas.

Wat is het verschil tussen een enkeltrapige en een meertrapige vacuümpomp?

Een enkeltrapige pomp comprimeert het gas in één stap van inlaat naar uitlaat, wat geschikt is voor grof vacuüm. Een meertrapige pomp doorloopt meerdere compressiestappen achtereenvolgens in hetzelfde pomplichaam, waardoor een dieper vacuüm wordt bereikt zonder dat een aparte voorpomp nodig is. Meertrapige pompen zijn compacter dan een volledige pompcombinatie, maar doorgaans duurder in aanschaf.

Hoe vermijd ik oliecontaminatie van mijn proces bij het gebruik van een natte vacuümpomp?

Installeer een olieafscheider of oliefilter aan de inlaatzijde van de pomp en zorg voor een correcte oriëntatie en installatie van de pomp volgens de fabrieksrichtlijnen. Bij processen die absoluut olievrij moeten zijn, is overstappen op een droge pomp de veiligste oplossing. Controleer ook regelmatig de afdichtingen, want slijtage is een veelvoorkomende oorzaak van oliemigratie richting het proces.

Hoe groot moet de vacuümpomp zijn voor mijn toepassing en hoe bereken ik het benodigde debiet?

Het benodigde debiet hangt af van het te evacueren volume, de gewenste evacuatietijd en eventuele lekverliezen in het systeem. Een basisformule is: Q = V / t, waarbij Q het debiet is in m³/h, V het volume in m³ en t de gewenste evacuatietijd in uren. Houd daarnaast rekening met een veiligheidsfactor van 20 tot 50% voor lekken en procesgas. Voor complexe systemen is een berekening door een technisch adviseur sterk aanbevolen.

Wat zijn de meest voorkomende fouten bij de installatie van een vacuümpomp?

Veelgemaakte installatiefouten zijn: leidingen met een te kleine diameter die de pompefficiëntie beperken, een te lange of te gebogen leiding tussen pomp en systeem die weerstand verhoogt, ontbrekende of verkeerd geplaatste filters, en onvoldoende ventilatie rondom de pomp waardoor oververhitting optreedt. Zorg ook altijd voor een anti-terugstroomventiel aan de inlaat om terugstroming van olie of gas bij stilstand te voorkomen.

Is het energieverbruik van een vacuümpomp te optimaliseren en hoe doe ik dat?

Ja, het energieverbruik is vaak aanzienlijk te reduceren door gebruik te maken van een frequentieregelaar (VFD) die het toerental aanpast aan de werkelijke vraag. Daarnaast helpt het om de pomp niet onnodig in bedrijf te houden tijdens stilstandsperiodes en om lekken in het vacuümsysteem tijdig te dichten, want lekken dwingen de pomp continu harder te werken. Een energieaudit door een gespecialiseerde technicus kan snel de grootste verliezen in kaart brengen.

Related Articles