Vind hier de antwoorden op de meest gestelde vragen.
Niet gevonden wat je zocht? Neem gerust even met ons contact op.

Expert in pompoplossingen
Pumptech is dé specialist in industriële pomptechnieken en levert complete installaties en oplossingen voor uiteenlopende sectoren. Met een uitgebreid assortiment van toonaangevende merken en ervaren projectleiders met meer dan 25 jaar kennis, biedt Pumptech vakkennis, totaalservice en een proactieve aanpak. Dankzij deze expertise kan Pumptech voor elke behoefte de juiste technische oplossing uitwerken, of het nu gaat om gebouwen, infrastructuur of industriële toepassingen.
Expert in pompinstallaties
Als een pompsysteem een échte oplossing moet zijn. Bij Eco Solutions staan oplossingen voorop als het gaat om wateraanvoer- en afvoersystemen in bouwprojecten. We analyseren de situatie ter plaatse en bieden een op maat gemaakte oplossing aan. Gaat de klant akkoord, dan selecteren we de juiste pomp en installatie, inclusief sensoren, vlotters en sturingskasten. Eco Solutions werkt uitsluitend met bewezen kwaliteitsmerken voor een betrouwbare en duurzame werking.

Specialist in industriële leidingen
Ja, een dompelpomp heeft stroom nodig om te werken. Het apparaat is uitgerust met een elektromotor die het water opvoert of wegpompt, en die motor heeft altijd een stroomaansluiting nodig. De meeste dompelpompen voor huishoudelijk of licht industrieel gebruik werken op 230 volt wisselstroom, terwijl zwaardere industriële modellen op 400 volt (driefasig) draaien. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over stroomverbruik, aansluiting, stroomuitval en de juiste keuze van een dompelpomp.
Het gemiddelde stroomverbruik van een dompelpomp ligt tussen de 250 watt en 1.500 watt, afhankelijk van het vermogen en de toepassing. Kleine dompelpompen voor kelderwater of regenwater verbruiken doorgaans 250 tot 500 watt. Zwaardere pompen voor afvalwater of industrieel gebruik kunnen oplopen tot 1.500 watt of meer.
Het werkelijke energieverbruik hangt af van drie factoren: het motorvermogen (uitgedrukt in watt of kilowatt), de bedrijfsduur per dag en de aansluitspanning. Een pomp die continu draait, verbruikt uiteraard aanzienlijk meer dan een pomp die alleen inschakelt bij hoog waterpeil via een vlotterschakelaar. Bij pompen met een automatische vlotter is het verbruik in de praktijk dan ook veel lager dan het maximale nominale vermogen suggereert.
Voor industriële toepassingen, zoals pompen voor waterzuivering of proceswater, wordt het vermogen uitgedrukt in kilowatt en loopt het verbruik snel op. In die context is een energiezuinige selectie en correcte dimensionering van het pompsysteem essentieel om de bedrijfskosten beheersbaar te houden.
Een dompelpomp wordt aangesloten via een geaard stopcontact (230 V) of, bij driefasige modellen, via een vaste aansluiting op het elektriciteitsnet (400 V). De aansluiting moet altijd voldoen aan de geldende elektrische veiligheidsnormen, waarbij spatwaterdichte stopcontacten en een aardlekschakelaar verplicht zijn in vochtige omgevingen.
Voor kleinere dompelpompen volstaat een gewone geaarde wandcontactdoos met een geschikte stroomgroep. Grotere pompen vereisen een vaste bekabeling door een erkend elektricien, inclusief motorbeveiliging tegen overbelasting. Let er ook op dat de kabellengte correct is: een te dunne of te lange kabel veroorzaakt spanningsverlies, wat de motor kan beschadigen.
Bij installaties in kelders, pompputten of buitenruimtes gelden aanvullende eisen rond de IP-beschermingsklasse van de pomp en de aansluiting. Een pomp met IP68-classificatie is volledig waterdicht en geschikt voor permanente onderdompeling, terwijl een IP44-pomp alleen beschermd is tegen spatwater.
Bij stroomuitval stopt een dompelpomp onmiddellijk met pompen. Er is geen mechanische buffer: zodra de stroom wegvalt, staat de pomp stil. Dit kan in kritieke situaties, zoals een overstroomde kelder of een industrieel proces dat continu waterafvoer vereist, ernstige gevolgen hebben.
Om dit risico te beperken, zijn er twee gangbare oplossingen:
In industriële en infrastructurele omgevingen is een noodstroomoplossing voor pompsystemen geen luxe, maar een operationele noodzaak. De keuze van de juiste back-upstrategie hangt af van de maximale toelaatbare uitvaltijd en de kritiekheid van de toepassing.
Voor kleinere dompelpompen volstaat een gewone geaarde wandcontactdoos met een geschikte stroomgroep. Grotere pompen vereisen een vaste bekabeling door een erkend elektricien, inclusief motorbeveiliging tegen overbelasting. Let er ook op dat de kabellengte correct is: een te dunne of te lange kabel veroorzaakt spanningsverlies, wat de motor kan beschadigen.
Bij installaties in kelders, pompputten of buitenruimtes gelden aanvullende eisen rond de IP-beschermingsklasse van de pomp en de aansluiting. Een pomp met IP68-classificatie is volledig waterdicht en geschikt voor permanente onderdompeling, terwijl een IP44-pomp alleen beschermd is tegen spatwater.
Ja, er bestaan dompelpompen die werken zonder aansluiting op het elektriciteitsnet. De meest voorkomende alternatieven zijn batterijgevoede dompelpompen en zonnepompen. Deze zijn echter beperkt in vermogen en capaciteit, en daardoor voornamelijk geschikt voor noodgebruik of afgelegen locaties zonder stroomaansluiting.
Batterijgevoede dompelpompen werken op een 12 V- of 24 V-accu en zijn ideaal als tijdelijke back-up bij stroomuitval. Ze schakelen automatisch in wanneer het waterpeil stijgt en de netpomp niet functioneert. De pompcapaciteit is lager dan die van netgevoede pompen, maar voor noodsituaties is dat vaak voldoende.
Zonnepompen gebruiken zonnepanelen als energiebron en zijn geschikt voor toepassingen zoals irrigatie, vijvercirculatie of watertoevoer op locaties zonder elektriciteitsnet. Voor continu industrieel gebruik zijn ze echter minder betrouwbaar, omdat de pompwerking afhankelijk is van de beschikbare zonnestraling.
Een dompelpomp die de stroom afslaat of niet start, wijst doorgaans op oververhitting, een mechanische blokkering, een defecte vlotterschakelaar of een elektrisch probleem in de aansluiting. De thermische beveiliging van de motor schakelt de pomp automatisch uit bij een te hoge temperatuur om schade te voorkomen.
De meest voorkomende oorzaken zijn:
Laat een dompelpomp die herhaaldelijk de stroom afslaat altijd controleren door een technicus. Voortdurend resetten zonder de oorzaak te verhelpen, verkort de levensduur van de pomp aanzienlijk.
De juiste dompelpomp kies je op basis van drie kernparameters: de vereiste opvoerhoogte (in meter), het gewenste debiet (in liter per minuut of kubieke meter per uur) en het type vloeistof dat gepompt wordt. Combineer deze met de beschikbare stroomaansluiting en de omgevingsomstandigheden om tot de correcte keuze te komen.
Houd bij de selectie rekening met de volgende aspecten:
Een te kleine pomp raakt snel overbelast, terwijl een te grote pomp onnodig veel energie verbruikt. Een correcte dimensionering is dus zowel een technische als een economische kwestie.
Flow Group combineert bijna honderd jaar expertise in pomptechnologie met persoonlijk advies op maat. Of het nu gaat om een eenvoudige dompelpomp voor een bouwwerf of een complex pompstation voor industriële waterbehandeling: het team helpt klanten in België en Nederland bij de juiste productkeuze, en in België ook bij de volledige installatie, het onderhoud en de 24/7-interventie bij storingen.
Wil je zeker zijn dat je de juiste dompelpomp kiest voor jouw situatie? Neem contact op met de experts van Flow Group voor vrijblijvend advies.
Voor optimale werking en een lange levensduur wordt aanbevolen om een dompelpomp minimaal één keer per jaar te laten controleren. Tijdens zo’n onderhoudsbeurt worden het waaierrad gereinigd, de vlotterschakelaar getest, de afdichtingen geïnspecteerd en de elektrische aansluitingen nagekeken. Bij intensief gebruik, zoals in industriële omgevingen of bij pompen die afvalwater verwerken, is een halfjaarlijkse inspectie aan te raden.
Een dompelpomp met vlotterschakelaar schakelt automatisch in en uit op basis van het waterpeil, wat droogloop voorkomt en energie bespaart. Een pomp zonder vlotter moet handmatig bediend worden of via een externe niveauschakelaar. Voor toepassingen zoals kelderafwatering of regenwatertanks is een geïntegreerde vlotter sterk aanbevolen, terwijl handmatige modellen meer geschikt zijn voor tijdelijk of bewaakt gebruik op een bouwwerf.
Ja, dompelpompen kunnen buiten gebruikt worden, maar de pomp moet beschikken over een geschikte IP-beschermingsklasse voor de specifieke buitenomstandigheden. Voor gebruik in de regen of bij aansluiting op een buitenstopcontact is minimaal IP44 vereist, terwijl pompen die permanent ondergedompeld worden (zoals in een vijver of put) een IP68-classificatie nodig hebben. Vergeet ook niet dat het stopcontact en de bekabeling buiten moeten voldoen aan de normen voor vochtige omgevingen.
De gemiddelde levensduur van een dompelpomp ligt tussen de 5 en 15 jaar, afhankelijk van de kwaliteit, het gebruiksintensiteit en het onderhoud. Signalen dat vervanging nodig is, zijn onder meer een merkbaar lager debiet, ongewone geluiden (zoals trillen of malen), herhaaldelijke thermische uitschakelingen of zichtbare slijtage aan de behuizing of kabel. Het is economisch vaak voordeliger om een verouderde pomp preventief te vervangen dan te wachten op een storing op een kritiek moment.
Kleine dompelpompen die via een geaard stopcontact (230 V) worden aangesloten, mogen in principe door de gebruiker zelf geïnstalleerd worden, mits het stopcontact en de groepenkast al correct zijn uitgevoerd. Voor vaste aansluitingen, driefasige pompen (400 V) of installaties in professionele of industriële omgevingen is een erkend elektricien wettelijk verplicht. Bij twijfel over de veiligheid van de installatie of de vereiste IP-klasse is het altijd verstandig een professional te raadplegen.
Een plots verminderd debiet wijst meestal op een gedeeltelijke verstopping van het waaierrad, een beschadigd aanzuigfilter of luchtzuiging door een beschadigde afdichting. Controleer eerst het filter en het waaierrad op vuil, zand of vaste deeltjes en reinig deze indien nodig. Als het probleem aanhoudt na reiniging, kan er sprake zijn van slijtage aan het waaierrad of een intern lek, en is een technische inspectie door een specialist aangewezen.
Dit is technisch mogelijk, maar vereist een zorgvuldige berekening van de totale stroombelasting om te vermijden dat de zekering uitvalt of de bekabeling overbelast raakt. Als vuistregel geldt dat het totale vermogen van alle aangesloten apparaten niet meer dan 80% van de maximale groepscapaciteit mag bedragen. Voor installaties met meerdere pompen is het sterk aanbevolen om elke pomp op een aparte stroomgroep te plaatsen, zodat een storing of uitschakeling van één pomp de andere niet beïnvloedt.